Verantwoording

De Turkse Angora, wellicht niet het oudste, maar zeker wel één van de oudst bekende katterassen, ontleende haar naam aan de stad Angora, tot 1938 de oude naam van het huidige Ankara, de hoofdstad van Turkije. De toevoeging - Angora - vinden we ook bij de Angorageit en het Angorakonijn. Hierbij wordt dan vooral gedoeld op de karakteristieke, zijdeachtige, halflange vacht die deze dieren, afkomstig uit dit deel van de wereld, met elkaar gemeen hebben.

In Turkije worden die katten die wij Turkse Angora noemen vaak (Turkse) Van genoemd, waarbij het dan uitsluitend om de puur witte exemplaren gaat. Voor de witte, odd-eyed kat wordt meestal de naam Ankara Kedi (Ankarakat) gebruikt. Tot in onze eeuw werden katten, die wij nu Turkse Angora’s noemen, gewoon Angora’s genoemd. Soms ook wel Ankarakatten. Maar de naam Angora werd ook gebruikt voor een geheel nieuw ras dat deels van haar afstamde: de Pers. Omdat deze dieren langzamerhand steeds minder op hun voorouders gingen lijken en er midden 20e eeuw ook weer halflangharige katten rechtstreeks uit Turkije naar de westelijke wereld kwamen, werden deze laatste expliciet Turkse Angora’s genoemd. Wellicht om aan te duiden dat we hier met de echte en oorspronkelijke Angora’s van doen hadden en om misverstanden te voorkomen. De nauw verwante Turkse Van kreeg van meet af aan de naamstoevoeging waaruit de herkomst blijkt: het Van-meer, gelegen in Noordoost-Turkije. Haar ontdekking en latere introductie is echter een verhaal apart. De namen Turkse Angora en Turkse Van zijn strikt genomen niet echt correct, het is dubbelop. Het gaat hier om langhaarrassen die samen aangeduid worden als de Turkse katten. Eeuwenlang voldeed de naam Angora- of Ankarakat. Dat is duidelijk genoeg. De Turkse Van zou, zoals Kort voorstelt, beter de Anatolische kat genoemd kunnen worden. (Zie hiervoor pagina.) Probleem is hierbij wel dat de Britten hun Mandarins (Javanen) onnadenkend ooit ook Angora Cat genoemd hebben, wat verwarring geeft. Wie weet kan de GCCF nog eens omgepraat worden. Ten slotte lees je soms nog weleens Turks i.p.v. Turkse Angora, dat slaat grammaticaal nergens op! Angora zou dan onzijdig moeten zijn, wat het niet is, of je nu de stad of de kat bedoelt. In dit boek zullen deze katten tot de herontdekking het begin van de jaren-50 van deze eeuw Angora- Ankarakat genoemd worden, daarna respectievelijk Turkse Angora of Turkse Van.

De Turkse diplomaat Haluk Afra verhaalt over deze karakteristieke vacht: dertig of veertig jaar geleden [ca. 1955-'60] schreef professor Samuel Askoy van de faculteit voor landbouw [van de Universiteit van Ankara] in het blad Ulus een artikel over Ankara's negatieve elektrische velden. Wijlen de professor stelde, dat het om die reden was, dat hij Atatürk had geadviseerd de nieuwe stad iets meer zuidelijk te situeren, omdat deze negatieve elektrische velden droge reumatiek zouden veroorzaken. Professor Askoy noemde in dit verband de lange en zachte vacht van de Ankarakat, -geit en het -konijn. Jaren daarvoor hadden de Britten pogingen ondernomen de Angorageit in verscheidene kolonies te introduceren, maar keer op keer was de vacht van deze dieren na verloop van tijd hard en kort geworden. Uiteindelijk lukte het hen deze dieren, zonder dit verlies van vachtkwaliteit, te fokken in de omgeving van Kaapstad in Zuid-Afrika. Er zullen daar ongetwijfeld gelijke negatieve elektrische velden zijn geweest. 1)

Tot zover deze opmerkelijke verhandeling, waarvan ik de verantwoordelijkheid voor de wetenschappelijke juistheid graag voor rekening van de hooggeleerde heer Askoy laat, maar die ik U beslist niet wilde onthouden. Zou deze theorie kloppen, dan woonden alle fokkers van dieren met een (half)lange vacht boven negatieve elektrische velden, want van een plotselinge transformatie van de vacht, van zijdezacht halflanghaar naar stug korthaar, heb ik in ieder geval nog nooit gehoord.

Naar de oudste afstamming van de Turkse Angora en die van onze huiskat in meer in het algemeen, wordt nog min of meer gegist. De vroegere veronderstelling, dat juist de Angora oorspronkelijk zou afstammen van de manoel of Pallaskat ( Octocolobus manul, Pallas 1776), wordt momenteel, zeker bij een nadere vergelijking van deze katten en gelet op de fundamentele verschillen tussen beide, door nagenoeg alle deskundigen uitgesloten. 2) Vermoedelijk stamt ze, net als alle andere Oosters getypeerde katten, af van de Afrikaanse wilde of gele kat (Felis silvestris libyca, Forster, 1780) en/of de Ethiopische gele boskat (Felis silvestris ocreata, Gmelin, 1791). Van enige invloed, door kruisingen met de Europese boskat (Felis silvestris silvestris, Schreber, 1777) is nauwelijks of geen sprake geweest, waardoor een, zij het gematigd, Oosters type behouden bleef. De oorsprong van de mutatie voor de kenmerkende (half)lange vacht moet gezocht worden in de regio Zuid- Rusland, Turkije en Perzië (het huidige Iran). Waarschijnlijk was het de Felis silvestris caucasis, een wilde kat met een lange vacht uit die streek, die daarvoor verantwoordelijk is geweest. Door de geïsoleerde ligging fixeerde het langhaar zich uitsluitend bij de daar voorkomende kattenpopulatie en zo vormde zich, naar alle waarschijnlijkheid, ooit de langharige katterassen. In de regio Midden-Turkije ontwikkelde zich de (Turkse) Angora en meer oostelijk de (Turkse) Van, maar in de regio ontwikkelden zich ook allerlei andere, nu grotendeels vergeten en verdwenen, halflanghaarrassen.

Voor de volledigheid - en zeker ook opdat ze niet vergeten worden - wil ik van deze oude halflanghaarrassen een aantal de revue laten passeren. Als eerste in de lange rij wordt nagenoeg altijd de Angora genoemd, afkomstig uit de streek rond Khorassan, Khiva, Bokhara en het land der Turkomannen; dan de kat van Perzië, uit het land van die naam; de kat van Kaukasië, afkomstig uit de streken rond Kabarda, Abkhasië, Leghistan en de Zuidelijke steppen van Kaukasië; de Russische katten die onderverdeeld waren in: de kat van Tobolsk, een zwaar dier dat wel tien kilo kon worden, de kat van Kazan, waarvan men aanneemt dat er nauwe verwantschap bestaat met de Angora en de kat van de Krim, een ras dat uitsluitend zou bestaan en dat volgens sommigen door kruisingen met korthaarkatten uit Roemenië en Polen een wat kortere vacht had. Dit ras in de periode 1853-1856 al zeer zeldzaam zijn geweest en in 1930 welhaast zeker uitgestorven zijn; de kat van de Himmalaya, uit Noord-Indië, Tibet en Nepal, geheel wit van kleur met prachtige blauwe ogen en als laatste in deze opsomming de langharige kat van China, die al meer dan 6000 jaar zou hebben bestaan. Het is wellicht dit laatste ras waaraan de Pers haar (latere) korte neus mede te danken heeft, aangezien dit een van haar meest in het oog springende raskenmerken was. 3)

In een aantal publikaties wordt gesuggereerd, dat de Angora- of (half)langhaarkatten in het algemeen, al vanaf de late middeleeuwen dan wel vanaf de 15e-16e eeuw in West-Europa bekend waren. 4) Enig wetenschappelijk bewijs voor deze stelling - we spreken dan over de periode 1200-1500 - ontbreekt en wordt door deze auteurs ook niet aangedragen. De bewering dat deze langhaarkatten met handelskaravanen vanuit China naar West-Europa zijn gekomen is eveneens een onbewezen stelling. 5) Anderen, zoals Buffon (over hem later meer) spreken expliciet van import naar Italië tussen 1550 en 1600. Hier bleek na onderzoek een dateringsfout, gemaakt Moncrif in 1727, debet aan. Men gaat er momenteel algemeen vanuit dat er voor 1600 in West-Europa geen langharige katten voorkwamen. 6)

Wel wijzen sommigen op een veel vroeger bestaan in Azië van langharige katten. Al in het begin van de 13e eeuw zou in Ardebil (Ardabil) in Azerbeidzjan jaarlijks een grote tentoonstelling van langhaarkatten gehouden zijn. Kattenliefhebbers uit de wijde omgeving toonden daar hun mooiste dieren. 7) Dit lijkt heel goed mogelijk want de langharige katterassen, waarvan de Angora er een is, stammen oorspronkelijk uit deze omgeving. In de 8e en 9e eeuw zijn ze naar alle waarschijnlijkheid door de naar het westen oprukkende Turkomannen (Turkomanen of Toerkmenen) meegenomen. Vervolgens hebben deze katten zich, al naargelang waar ze uiteindelijk terechtkwamen, aan de heersende klimatologische omstandigheden aangepast. Zo ontstonden de verschillende langhaarrassen. Dat langharige katten in deze streken, in tegenstelling tot in West-Europa, dus al veel eerder bekend waren, is dus zeer aannemelijk. Wat betreft Europa is het zeker dat de Angora daar pas in het begin van de 17e eeuw voor het eerst werd geïntroduceerd.

Noten

  1. Oral, 1994, pag. 26-27.
  2. Wright, 1987, pag. 50.
  3. Van der Werff, 1930, pag. 14-18.
  4. O.a Gisela Römer zegt in haar boekje eerst dat deze katten al van de 15de eeuw hier bekend zijn, even verder is dat dan de 16de eeuw. Römer, 1995, pag. 5-6.
  5. O.a. Maas, 1993, pag. 589; Römer, 1995, pag. 5-6.
  6. Loxton, 1975, pag. 134.
  7. Gerber, 1994, pag. 19.
 

 

vorige hoofdstuk top volgende hoofdstuk