|
Over deze kat doen, net als bij alle andere oude rassen, natuurlijk allerlei fabels en legenden de ronde. Beroemd is het verhaal over Muezza (Muessa) de favoriete kat van Profeet Mohammed. De oudste versie werd opgetekend in 1727 1): Hij [de profeet] had zon grote liefde voor zijn kat, dat hij op een dag, toen iemand hem wilde raadplegen aangaande een religieuze kwestie, hij er de voorkeur aangaf de manchet van zijn mouw af te snijden waarop dit dier lag te rusten, liever dan het te moeten wakker maken, om vervolgens te kunnen opstaan en degene die op hem wachtte te woord te staan. In latere varianten wordt hier soms in plaats van Mohammed zijn metgezel Abou Hauraira, wat zoveel betekent als: Abou vader van de kat, genoemd. De naam Haureira (Hareira) is een eretitel, in de Mohammedaanse traditie die betekent vader van, in dit geval de kat, door Mohammed aan deze metgezel Abou (ook wel Abdorraham) gegeven, als blijkt van zijn grote waardering. 2) Van der Werff vertelt het zo'n 200 jaar later zo: Den grootsten bijval vond de tamme gladharige kat in Arabië en omliggende landen. De Islam was opgestaan en Mohammed, de groote profeet, prediker, staatsman en veldheer, die de verschillende stammen vereenigde tot eene krachtige, vurige natie, was ook kattenliefhebber. In zijne neederige woning te Medina en later te Mekka, waar de grootste man van zijn tijd in soberen eenvoud leefde, waren altoos eenige mooie katten, die om den profeet heendraaiden, op zijn rustbed sliepen, soms op zijnen schouder of achter hem op het paard zaten, wanneer hij uitreed. Bekend is de geschiedenis van Muezza, de lievelingskat van den genialen man, die juist op den slip van diens mantel was ingeslapen, toen Mohammed werd geroepen. Liever dan zijn jeugdigen gunsteling te storen, offerde de profeet een stuk van zijne kleeding op. Hij trok zijn dolkmes, sneed den mantelslip af en ... de kleine snordrager bleef rustig sluimeren, terwijl de groote man zich naar de staatsbelangen spoedde. Deze handeling van hem, die zich den afgezant Gods noemde, schonk aan de kat eene bijzondere wijding in de oogen der Mohammedanen, en nog heden is de mooie slanke, vleiende kat een geliefde gast in alle paleizen, huizen, harems en karavanserails, waar de groene of rode vlag met de halve maan wappert en waar men de leer van den grootste aller Arabieren trouw is. 3) In latere (Turkse) versies van dit verhaal gaat het bij Muezza steevast om een witte Angorakat. De eerlijkheid gebied wel erop te wijzen dat langharige katten rond 600, de tijd dat Mohammed leefde, in de omgeving van Medina en Mekka niet voorkwamen. Voor dergelijke katten moest men toen nog vele duizenden kilometers oostwaards reizen. Het zou nog honderden jaren duren voordat dit type kat ook in Arabië zou doordringen. Ook Van der Werff spreekt in deze context over de tamme gladharige kat! Corneille le Brun (18e eeuw) zegt daarentegen zeer verstoord over de katten in de Levant: De kat, waarvan de goede kwaliteiten, zo zij die al zou hebben, in geen vergelijking staan tot die van de hond (de meest trouwe van alle dieren) wordt door de Turken gezien als het perfecte dier bij uitstek. Zij behandelen deze dieren heel vriendelijk en ze mogen zelfs in hun huizen wonen; in tegenstelling tot de arme honden, die veroordeeld zijn tot een leven op straat ... zij vleien de katten, ze strelen en aaien hen en ze zetten ze te kijk voor hun winkels, zoals ook het gebruik is in Venetië en elders. 4) Dan is er nog het geloof dat in de odd-eyed Angora de bekende Turkse leider Kemal Atatürk 5) gereïncarneerd is. Hij had immers zelf één blauw en één bruin oog zegt men. Ook zijn er mensen die geloven dat deze kat, als gelukbrenger, de zacht ingefluisterde wensen van mensen kan vervullen, vermits je ze maar iets lekkers te eten geeft. Hoe het ook zij, met deze verhalen en legendes wil men alleen maar aangeven in welk hoog aanzien (deze) katten in het bijzonder in Turkije bij de Mohammedaanse bevolking stonden, dit in tegenstelling tot andere zgn. onreine dieren. Noten
|
|||
|
|
vorige hoofdstuk | top | volgende hoofdstuk | |