![]() |
Om de beweegredenen van de eerste importeurs beter te kunnen begrijpen moeten we hun inspanningen vooral zien tegen de achtergrond van hun tijd en denken. Het begin van de 17de eeuw: de tijd van het humanisme. De wereld was in de eeuwen daarvoor plotseling een stuk groter geworden. Allerlei nieuwe gebieden waren ontdekt en de reizigers brachten vreemde, wonderlijke en exotische planten, dieren en voorwerpen mee. De wetenschappers waren verrukt. Het vergaren van kennis was de grote mode van die tijd. Men verruimde zijn blik en richtte deze meer en meer naar buiten de toenmalige bekende westerse wereld. Nauwgezet werden de reisverslagen gelezen die verhaalden over de nieuwe, verre en vreemde oorden. Anderen op hun beurt ondernamen deze reizen zelf. Dat daarbij ook die wonderlijke katten met een lange vacht werden ontdekt was slechts een bijkomstigheid. Dat er onder deze eerste ontdekkers toevallig ook grote kattenliefhebbers zaten heeft natuurlijk wel degelijk een rol gespeeld bij het verkrijgen van de grote bekendheid van deze katten.
Sommige auteurs menen, dat hij ze in Ankara gewoon in de straten had zien lopen: in Ankara, toen nog Angora, leeft een katteras met lange haren. Een hoog op de poten staande straatkat. Dat was eind 16de eeuw 3). Dit kan niet juist zijn. Uit zijn brieven blijkt dat hij nooit in Ankara (of Angora) is geweest maar, wat Turkije betreft, alleen in Constantinopel. Vanuit deze stad schrijft hij, voor zover het katachtigen betreft, uitsluitend over enkele civetkatten die hij daar zag. Hij memoreert dan aan een tijdgenoot uit Venetië, die deze dieren thuis in kooien hield. Verder klopt ook de datering niet. Eind 16de eeuw is ca. 1575-1600. Hij werd geboren in 1586 en arriveert in Constantinopel (Istanbul) op 15 augustus 1614 en blijft daar tot 25 september 1615, de dag dat hij zijn reis vervolgt richting Caïro. Dat is zo'n kleine 50 jaar later in het begin van de 17de eeuw. Daarna is hij nooit meer in Turkije terug geweest. 4) Uit zijn verslagen blijkt wel dat hij een niet onaanzienlijk aantal katten 5) bij zich had en daarmee voornemens was te gaan fokken. Het gaat dan om ten minste 8 stuks. Della Valle zegt daarover (zomer 1620): ik voegde vier koppels / mannetjes en wijfjes / te zamen / om jongen van hen te hebben / en de zelfden naar Romen te voeren / gelijk de Portugezen dusdanige katten naar Indien hebben doen brengen. Hieruit blijkt dus dat deze katten al eerder ontdekt waren en wel door de Portugezen. Het (vooruit)zenden van allerhande kunst- en oudheidkundige voorwerpen en soms ook van levende have naar Rome 6), deed hij wel vaker gedurende zijn reis. Zo stuurde hij in 1616 vanuit Caïro een witte aap, met een bijzonder lange staart die hij daar gekocht had en waarvan hij zeer onder de indruk was, via Alexandrië naar Rome. Of de 8 hiervoor genoemde katten ooit alle gezond en wel in Rome zijn aangekomen heb ik niet kunnen achterhalen en ook niet wat er verder met hen gebeurd is behoudens de verwijzing van Moncrif uit 1727 (over hem in het volgende hoofdstuk meer). Uit het feit, dat de desbetreffende tekst in de verleden tijd geschreven is, zou afgeleid kunnen worden, dat toen hij de brief schreef (zomer 1620), ze vermoedelijk al niet meer bij hem waren. In 1626, bij zijn terugkomst, zou hij trots het verbaasde Romeinse publiek over deze katten hebben verteld. 7) Hij moet wel heel intiem met zijn katten zijn geweest, want ze mochten ook in bed! - Dus toen toch ook al! ... voorts zij zijn zo tam / dat mijn gemalin niet nalaten kon somtijts een daar af in ons bed tusschen de lakens te leggen. Ook gunt hij ons nog een blik op hoe ze verzorgd werden, een van de taken van zijn schoonvader: mijn schoonvader / een blygeestig man / ziende dat ik hen hoog achtte / dee alle ochtenden in zijn tegenwoordigheit eten aan hen geven / en schiep groot vermaak hier in / dat hy aan yder zijn deel gaf / en hen hoog dee opspringen / om 't zelfde te krijgen. Hy strookte en streelde hen / en noemde yder by zijn naam / Amber, Kaplan, Farfanichio [grote dwaas], Ninfa, en zo voort: en zy kenden hem ook / liepen al maeuwende rontom hem / en sprongen hem op 't lijf, 't welk een aangenaam vermaak was. Ik vreesde slechts voor een ding / dat is dat hy my bankeroet zou maken / met al te veel vleesch aan hen te geven. Hij attendeert ook nog op schapen met een dergelijke vachtkwaliteit (wellicht bedoelde hij geiten), afkomstig uit dezelfde streek. Zoals echter in de inleiding van dit hoofdstuk al gezegd: de katten (en ook de schapen) waren maar bijzaak, Della Valle eindigt deze korte blik op zijn 17de-eeuwse cattery met de veelzeggende woorden: maar laat ons weer tot zaken van belang keren. 8) Of we hier nu met 100% zekerheid te maken hebben met de eerste beschrijving van wat wij nu de Turkse Angora noemen valt moeilijk te zeggen. De landstreek van herkomst, die Della Valle noemt: Chorazan (Chorasan) ligt in Oost-Iran. De bevolking spreekt er Turks, vermoedelijk voortkomende uit het feit dat deze streek van 1037 tot 1120 door de Turken overheerst werd. Misschien zijn het wel (hele verre) afstammelingen van katten uit de omgeving van Ankara? Ook hoeven alle beweringen van Della Valle niet zonder meer waar te zijn. Hij had veel van horen zeggen! Straks zullen we zien dat een tijdgenoot van Della Valle, De Peiresc, zeker voor wat betreft de herkomst van zijn Angorakatten geen ruimte voor twijfel over laat. Wel is het zo dat de beschrijving van Della Valle van het type en de kenmerkende vacht volledig past bij het ras dat wij nu Turkse Angora noemen. Ook is een feit dat het oorsprongsgebied van de langhaar-factor, zoals al eerder gezegd, door de wetenschap momenteel gezocht wordt in de regio Zuid-Rusland, Turkije en Perzië en Chorasan ligt daar bijna precies middenin. Opmerkelijk is de kleur van de door Della Valle gesignaleerde katten. Ze zouden alle graau zijn (grijs, wat wij nu blauw noemen), wat lichter op buik en borst en wat donkerder op rug en kop, maar effen van kleur. In dezelfde zin zegt hij vervolgens dat sommigen op de borst en buik geheel wit zijn ... Waren het misschien bicolours? Het gegeven dat deze dieren toevallig allemaal blauw/blauw-wit zouden zijn geweest, hoeft natuurlijk op zichzelf niet onjuist te zijn. Het is heel goed mogelijk dat ooit alleen enkele blauwe katten naar Isfahan uit de streek van Chorasan gehaald werden. Deze kunnen nu eenmaal genetisch niet anders dan blauwe nakomelingen krijgen, dus waren en bleven ze allemaal graau. Noten
|
|||
|
|
vorige hoofdstuk | top | volgende hoofdstuk | |