|
Ook in Nederland krijgt de Angora enige bekendheid. De bekende schilderes Henriëtte Ronner-Knip (1821-1909) portretteerde vele tientallen prachtige langhaarkatten w.o. Angora's zowel als (vroege) Perzen, maar ook kortharige katten. Haar interesse voor katten dateert vanaf ca. 1870, toen zij zich voor de resterende 40 jaar van haar leven uitsluitend met het tekenen en schilderen van deze dieren bezig zou gaan houden. Deze ommezwaai - daarvoor lag de nadruk bij haar werk op honden - wordt wel in verband gebracht met de toenemende belangstelling voor katten (in de betere kringen wel te verstaan) die een grote vlucht nam na de hiervoor genoemde tentoonstelling in het Crystal Palace in 1871. De kat kwam opnieuw in de high society terecht, met als bekendste liefhebster koningin Victoria, de trotse bezitster van o.m. enkele langhaarkatten. Op een detail van het hier afgebeelde werk Hare katten, studies van verscheidene katten uit 1896 (Het KattenKabinet, Amsterdam), zijn diverse langharen te zien. Duidelijk zien we hier een aantal overgangsvormen. Sommige zijn niet helemaal echt Turkse Angora's, maar zeker ook nog geen Perzen zoals wij die nu kennen! Een ander schilderij van haar Angora brun uit 1905 toont daarentegen onmiskenbaar een Turkse Angora. Henriëtte Ronner hield in haar tuin, in een groot houten hok, bij haar foyer des artistes, een (Turkse) Angora (verm. Bonjo genaamd) en een cyperse kat, haar vaste modellen. 1)
Een van de beroemdste katten in de VS uit deze tijd was Napoleon the Great, geboren in Frankrijk in 1888 op het Château de Fontainebleau waar hij was gefokt door een Franse edelman. Hij won 9 jaar oud op de eerste Boston Catshow in 1897 de zilveren beker voor de beste kat van de show. Men bood zijn eigenaresse, Mrs. Weed, voor hem de som van $4.000 maar deze weigerde dit bod. 2) Napoleon was een orange (vermoedelijk wordt rood bedoeld) kat en dus nu eens niet wit! De idee dat Turkse Angora's altijd of bij voorkeur wit zouden moeten zijn is iets dat dateert uit het begin van de 20e eeuw. Witte katten zijn natuurlijk door de eeuwen heen altijd beschouwd als iets bijzonders - maar de gekleurde exemplaren werden in voorgaande eeuwen wel degelijk ook bijzonder gewaardeerd. In de literaruur tot het begin van deze eeuw wordt feitelijk nooit enig verschil gemaakt tussen gekleurde en witte Angora's als het gaat om de kwaliteit of raszuiverheid. Hierover later meer. Deze kostbare statussymbolen - want dat waren het - leidden vaak een uiterst luxueus leven. Al deze katten [de Angora's van Mrs. Weed] zijn fantastische huisdieren en hen wordt alle vrijheid gegund in en rond het huis en de bijgebouwen. Echter wanneer ze buiten zijn in het park is er wel altijd een man die op wacht staat. Voor zes of zeven duizend dollar aan katten op het grasveld is weliswaar een rijk gezicht maar niet helemaal zonder risico. 3) In 1887 valt dan plotsklaps (vooreerst) het doek voor de Angora. Toen besloten de leidende katten-autoriteiten in Engeland, - waar de liefhebberij voor katten het meest van alle landen bloeit -, om te breken met al deze afzonderlijke benamingen. In 1887 werd nu bepaald, dat men niet langer zou spreken van Angora's, Perzen, Russen, enz.; maar dat men alle langharige katten zou begrijpen onder één naam: Perzen of Langhaar. 4) Gelijktijdig werd een standaard voor dit nieuwe ras opgesteld. Zo werd de Angora min of meer afgeschaft en raakte zij in vergetelheid. Feit is dat de Perzen van vandaag de dag in feite even veel of even weinig vandoen hebben met de Kat van Perzië en de Angora's van voor 1887. Zij zijn een volkomen nieuw ras waarin veel aspecten en karakteristieken van de andere, toentertijd bekende langhaarrassen, verenigd zijn. De Fransen deden vooreerst niet mee aan deze ingrijpende herindeling van de rassen. Stelt Helen Winslow in 1900 keer op keer dat juist uit dat land de fraaiste en zuiverste Angora's komen, schrijft Van der Werff daarentegen 30 jaar later over de situatie rond 1887: Trouwens de Franschen hadden nooit veel blik op rationeele dierenfokkerij. Zij hielden in den regel veel van hunne huisdieren en Fransche schrijvers en dichters hebben heel wat viervoetige lievelingen verheelijkt. Maar nergens ziet men zooveel bastaarden op shows als juist in Frankrijk en bijna nergens verwaarloost men zoo mooie inheemsen rassen [wellicht wordt hier de Chartreux bedoeld] als juist daar. Geen wonder dus, dat de katten-cultuur in Frankrijk verre beneden die van Engeland, Amerika en Canada staat. 5) Noten
|
|||
| vorige hoofdstuk | top | volgende hoofdstuk | ||