Wit of kleur? Iets over geneticat

De Turkse Angora draagt al eeuwen de last met zich mee dat zij bij voorkeur wit dient te zijn en daarbij het liefst ook nog blauwogig. De moderne wetenschap is er inmiddels achtergekomen dat dit zeer ongezonde neveneffecten kan hebben. Uiteraard kunnen we de fokkers uit de 17e tot en met de 19e eeuw hierover geen verwijt maken. Pas eind 19e eeuw duiken de eerste onderzoeken op die een verband aantonen tussen het W-gen (die verantwoordelijk is voor de witte vacht en de blauwe ogen) en erfelijke doofheid. Omdat er helaas nog steeds mensen zijn - nota bene ook in de Cat Fancy en zelfs op leidinggevende plaatsen - die bij het woord Turkse Angora onmiddellijk het verband met wit leggen, als zijnde de enige is het goed aan dit onderwerp uitgebreid aandacht te besteden zodat ook deze misvattingen uitgebannen kunnen worden hetgeen de gezondheid van het ras alleen maar ten goede zal komen.

Door steeds maar weer witte dieren met witte dieren te kruisen waren zeker in het verleden veel van deze katten doof (Waardenburg syndroom). Reden dat ze vroeger (17e-19e eeuw) meestal als bijzonder rustig en kalm werden omschreven. De Turken geloven dat als de witte Turkse Angora doof is, dit een hoog kenmerk van raszuiverheid is. 1) Het spreekt natuurlijk vanzelf dat deze dieren in de natuur geen schijn van kans hadden. Nagenoeg alle organisaties in de Cat Fancy gingen totaal voorbij aan de onmogelijkheid, dat een ras uitsluitend uit genetisch witte dieren zou kunnen bestaan. Eén van deze krachten is de ijzeren wetmatigheid dat een gezonde witte Turkse Angora kat enkel uit een witte en een gekleurde foklijn kan ontstaan. 2) Door de beperkte erkenning (alleen de witte dus) herschreven zij als het ware de genetische wetten of hebben ze deze naar hun hand willen zetten, met alle kwalijke gevolgen voor de dieren vandien! Gelukkig komt men op het ogenblik, nadat het kalf (inmiddels meermaals) verdronken is, binnen de Cat Fancy langzamerhand meer en meer tot het besef dat aan de wit x wit-fok snel iets gedaan moet worden in de vorm van, vooral voor de dieren, beschermende regelgeving!

Het bleek al snel dat uit kruisingen tussen twee witte katten - er waren er vaak geen andere, omdat men bij voorkeur (voor veel geld) toch maar liever de voorkeur gaf aan de erkende witte exemplaren - toch gekleurde kittens werden geboren. Dat was in feite niets nieuws. Ook al in 17e en 18e eeuw, toen er welhaast zeker uitsluitend witte dieren naar West-Europa kwamen, tonen de schilderijen ons desniettemin toch ook allerlei gekleurde exemplaren. In Turkije werden deze gekleurde dieren vroeger vaak afgemaakt, het waren immers volgens hun begrippen geen echte! Toch is dit genetisch vrij eenvoudig verklaarbaar. Het wit van o.m. de Turkse Angora is als het ware een mantel over de echte kleur heen. Vaak is een rudiment van deze echte kleur nog te zien, gedurende de eerste 10-12 maanden, aan de zogenaamde kopvlek die normaliter later geheel verdwijnt.

Wit wordt in de genetica aangeduid met W en niet-wit, dus gekleurd met w. Het wit W is dominant over het niet-wit w. Een gekleurde kat is dus ww, een witte kat waarbij het wit de kleur als het ware met een jasje bedekt als Ww (heterozygoot) en een totaal witte kat, die dus geen kleur onder de jas draagt als WW (homozygoot). Kruisingen tussen katten die beide genetisch Ww, dus wit zijn, leveren kittens op die hetzij WW, Ww of ww zijn, want ze krijgen van elk van de ouders een stukje van het gen, dus of de W (wit) of de w (niet-wit). Kruisingen tussen katten waarvan een van beide ouders niet wit is: ww en de andere Ww: wit met kleur eronder, geven kittens die of Ww of ww zijn. Deze laatste is dus de meest veilige combinatie omdat hieruit geen WW, totaal witte of homozygote kittens geboren kunnen worden met de statistisch grootste kans op doofheid. Omdat aan het W-gen dus een groot bezwaar kleeft, o.a. de hiervoor genoemde erfelijke doofheid, is het natuurlijk uiterst onverantwoord uitsluitend met witte katten te fokken. Het hoeft natuurlijk al helemaal geen betoog dat kruisingen tussen twee homozygoot-witte katten (WW) het meest riskant zijn omdat hieruit uitsluitend homozygoot-witte kittens (WW) geboren worden waarbij de percentuele kans op o.m. de doofheid het grootst is.

Wetenschappelijk onderzoek, al vanaf het eind van de vorige eeuw, heeft onomstotelijk aangetoond dat katten met blauwe ogen een veel grotere kans op deze vorm van doofheid hebben dan katten met amberkleurige (gouden of oranje) ogen. Er is een onweerlegbaar verband aangetoond tussen de blauwe ogen - de depigmentatie - en deze doofheid. Opmerkelijk daarbij is dat het herhaaldelijk voorkomt dat een witte odd-eyed kat juist aan de kant van het blauwe oog doof blijkt te zijn! Niettegenstaande het feit dat dierenartsen, genetici en veel verantwoordelijke fokkers herhaaldelijk waarschuwen voor al deze problemen (zie o.a. van Looi, 1988, Beck, 1994, Maas, 1996) lijkt e.e.a. tot sommige mensen niet door te willen dringen en blijft men, met alle risico's van dien, die prachtige witte katten met blauwe ogen fokken.

Zo kwebbelt de keurmeester P.J. van Puffelen: ... de witte pers ... met odd-eyed en blauwe ogen zie je steeds minder [op shows], wat toch wel erg jammer is, ook deze exemplaren zijn immers een lust voor het oog!! Misschien is de oorzaak te vinden in het feit dat witte perzen met blauwe ogen nogal eens doof geboren worden [als dat niet het understatement van het jaar is weet ik het niet meer] ... het fokken met een dove poes [nu wordt het helemaal mooi!] geeft nogal eens wat problemen, omdat ze horen immers hun jongen niet! 3) Anderen op hun beurt minimaliseren de problemen, verdraaien de feiten en willen het liever maar niet begrijpen: het is bewezen, dat uit een kruising tussen een heterozygote witte kat en een gekleurde partner gemiddeld 20% van de kittens wit is. Deze hebben geen afwijkingen. 4) Een eenvoudig rekensommetje leert dat, aangezien het W-gen dominant is, dit niet 20% maar 50% moet zijn. Deze stelling wordt herhaaldelijk door Römer geponeerd, er is dus beslist geen sprake van een drukfout. Verder is nog nooit aangetoond dat dieren uit dergelijke kruisingen gevrijwaard zouden zijn van deze, aan het Waardenburg syndroom gelieerde, gebreken zoals in het bijzonder de doofheid. De kans daarop is weliswaar klein bij dergelijke kruisingen, maar bedraagt toch altijd nog zo'n 5-6%.

Weer anderen bagatelliseren de gevaren of proberen met weinig steekhoudende argumentatie waarbij het merkwaardige begrip fokkerservaring steeds maar weer om de hoek komt kijken, de zaak te verdraaien. Sommigen gaan zelfs zover door diegenen die een waarschuwend geluid laten horen af te schilderen als gezondheidsmaniakken die er alleen op uit zouden zijn het fenomeen kattenfokken de nek te willen omdraaien. Niet alleen Duitsland (wat me niet verbaasd) naar ook die meneer Beck stellen zich op als rechters in een zaak die alleen de individuele fokker aangaat . Er wordt meteen aangenomen dat er voor de winst wordt gefokt en dat fokkers willens en wetens dove katten fokken. 5) Een ieder die het desbetreffende artikel goed gelezen heeft kan tot geen andere conclusie komen dan dat hier sprake is van goedkope stemmingmakerij. De auteur mevrouw Prose-Imbert, die als keurmeester toch moet weten waarover ze het heeft, schrijft trouwens verder in dit stuk in feite precies hetzelfde als datgene wat ook hier over deze doofheid in combinatie met wit en blauwe ogen gezegd wordt. Haar reactie is dan ook enigszins verwarrend. Het is evident dat het al dan niet bewust fokken van dove katten of dieren die een verhoogd risico hebben op deze afwijking geen zaak van uitsluitend de individuele fokker is, dat is zoals in Duitsland geregeld in de TierschutzGesetz, wel degelijk een zaak van de wetgever. Zij trekt dan vervolgens de kromme vergelijking met de ontdekking van toxoplasmose bij katten en later, in de 70-er jaren, de wat zij noemt leukemie-hysterie. En passant wordt ook nog even een lans gebroken voor een fok-uitwas als de Scottish Fold: die schatten met wie heel verantwoordelijk gefokt wordt. Prose-Imbert eindigt dan dit weinig overtuigende betoog: en daar heb je het alles wordt geregeld, verboden (door wie in godsnaam?) door een of andere gek op een ministerie die een "geniaal" idee ingefluisterd krijgt van een vriend uit de wetenschappelijke hoek. ... Als de Europese gemeenschap echt gaat werken krijg je op alle gebieden zo'n regeling dat betekent het einde van onze liefhebberij, 2 lieve huisdieren die toevallig een nest hebben komen in de beklaagdenbank, en hun baas wordt publiekelijk gebrandmerkt. We gaan leuke tijden tegemoet!! Ik ben blij dat ik niet meer fok en mijn oude katten en mezelf zullen geen last meer hebben van die ambtenarij. Maar ik beklaag de jonge generatie. 5)

Soms maken mensen het helemaal bont: ... Hoe stelt U zich dit verbod voor? Wanneer ik [mijn poes] door een vreemde kater laat dekken, dan kan het gebeuren dat er een witte kat met blauwe ogen geboren wordt. Ik kan dit echter pas vaststellen wanneer het diertje 10-12 weken oud is, omdat alle kittens in eerste instantie blauwe ogen hebben. Moet ik dat kitten dan maar laten doodschieten? Een verantwoordelijke dierenarts doodt geen gezonde dieren en dat is een goede zaak! Wat is dit nu dan voor onzin? Alleen omdat het katje blauwe ogen heeft? Wilt U, net zoals in het Derde Rijk, een etnische zuivering laten plaatsvinden? Ik ben verontwaardigd! 6)

Professor Wegner doet al deze volslagen onzinnige en dolgedraaide redenaties in een artikel over dit onderwerp af met de volgende slotwoorden, waarbij ik mij van harte aansluit: ... want nieuwe wetten worden juist daarom in het leven geroepen om oude misstanden op te ruimen, en oud onrecht wordt niet daardoor recht, omdat het tientallen jaren nu eenmaal zo gedaan werd. Anders zouden wij nu nog in de steentijd leven, toen honden en katten opgegeten en vrouwen geroofd werden. (Wegner, 1994, 65)

Ook in de VS kwam men vrij snel tot het inzicht dat de uitsluitend in wit voorkomende Turkse Angora een onhoudbare zaak was: ... degenen die Turkse Angora's uit Turkije importeerden zeiden tegen [andere] fokkers dat het ras enkel in de witte variëteiten bestond en dat gekleurde dieren in het geheel niet voorkwamen ... Maar er ontstonden problemen toen deze fokkers hoorden: dat de verschillende organisaties akkoord gingen met de registratie van gekleurde importdieren; deze mensen vervolgens uit hun witte Angora's nesten met gekleurde kittens kregen; en toen de genetici verklaarden dat een zuiver wit kattenras niet alleen onmogelijk was, maar zelfs destructief kon zijn i.v.m. allerlei misvormingen die zouden kunnen ontstaan door generaties lang uitsluitend witte dieren met witte dieren te kruisen. 7) Het echtpaar Den Ouden refereert aan deze tekst en vervolgen dan hun betoog over dit onderwerp met een terechte waarschuwing voor de wit x wit-fok aan de hand van een aantal sprekende voorbeelden, zoals uitspraken van de directeur van de dierentuin van Ankara. Deze stelt dat bij hem 95% van de witte katten doof is en daarenboven ook nog eens 5% steriel. Het droeve resultaat van jarenlange wit x wit-fok en zware inteelt!

De kleur wit neemt in veel culturen een prominente plaats in. Vaak wordt in dit verband een link gelegd met de Koran waarin de witte kleur, net zoals in onze cultuur, ook een speciale betekenis heeft. Dit zou heel goed de reden kunnen zijn van de traditionele voorkeur in een deels Islamitisch land als Turkije voor de witte variëteiten, doch verklaart de afkeer die er bestaat voor gekleurde dieren niet echt. Het is voor de niet op de Koran geïnspireerde westerling moeilijk te begrijpen waarom de gekleurde exemplaren van dit ras niet mogen bestaan, temeer omdat algemeen bekend is, dat doorfokken op genetisch wit ernstige en onafwendbare gezondheidsproblemen bij alle dieren met zich mee brengt. Een van deze problemen kan doofheid zijn. ... een groot probleem want van daaruit ontwikkelen zich vaak grote angsten bij de dieren waardoor ze geheel onhandelbaar worden. In dit artikel wordt ook nog terloops verwezen naar de eigen, later na 2 jaar doof geworden (?), witte kater met blauwe ogen: Zampara Paradis de Moncrif uit 1985. Of hier trouwens van het Waardenburg-syndroom sprake is kan men zich afvragen. Voor zover ik heb kunnen nagaan in de literatuur ontwikkelt de doofheid gelieerd aan het W-gen zich altijd in de eerste levensdagen en manifesteert zich niet opeens na 2 jaar ... Zo we hier toch te maken zouden hebben met deze doofheidsvorm, dan zal dit dier ongetwijfeld al vanaf zijn jeugd op z'n minst zeer hardhorend geweest moeten zijn en heeft e.e.a. zich in de loop der tijd verergerd of het dier was al veel vroeger doof maar werd de aandoening pas veel later vastgesteld. Dat komt nog wel eens, zij het sporadisch, voor. Volgens de fokker in kwestie, Leen Kort, zou deze doofheid zich al voor de 6e levensmaand bij dit dier gemanifesteerd hebben, wat heel wat aannemelijker lijkt. Hoe het ook zij: met dit dier had natuurlijk nooit gefokt mogen worden en dat is wel gebeurd. 8)

Omdat aan het W-gen dus grote bezwaren kleven, zoals o.m. de hiervoor besproken doofheid, is het natuurlijk uiterst onverantwoord alleen met witte katten te fokken. 9) Toch zijn er helaas nog altijd een aantal onverantwoordelijke fokkers, die deze problemen en in het bijzonder de doofheid op de koop toenemen. Zo schreef pas enige jaren geleden Kitty Goodwin (Antioch) een Amerikaanse fokster doodgemoedereerd naar aanleiding van de vraag of zij niet nogal wat dove kittens had, dat zij de potentiële kopers altijd de keus bood tussen een horend of niet-horend kitten. Van enig leed dat zij de dieren berokkende was zij zich in het geheel niet bewust. Volgens haar zijn dove katten ook gelukkige katten. De doofheid is volgens haar niet meer dan een wellicht niet beoogd of gewenst, maar desniettemin onvermijdelijk neveneffect van witte katten met blauwe ogen. 10) Tot op de dag van vandaag denkt deze fokster in principe nog net zo over. Toch komt het ook bij ons in Europa nog steeds voor dat wit x wit-kruisingen willens en wetens doorgevoerd worden. Als verdediging hoor je dan weleens dat de fokker zegt, voor wat betreft de doofheid, zelf bewust het risico te nemen - sneu voor de dieren! - of dat er helaas geen andere kater echt geschikt was voor de desbetreffende witte poes, of de doofheid treedt gemakshalve een paar jaar later in ...

Naar aanleiding van een proces in Duitsland waarbij een fokster van witte Perzen overeenkomstig de strenge, daar geldende wetgeving (Tierschutzgesetz) veroordeeld werd, volgden in ons en de ons omringende landen een groot aantal publikaties over dit fenomeen en deze procedure in het bijzonder. 11) Het is dan, zeker gelet op de vroegere uitspraken van zijn echtgenote en die van hemzelf, van ongeveer één jaar daarvoor, wel heel opmerkelijk dat Phil den Ouden zo uitzonderlijk fel van leer trek tegen dit vonnis. Vooral professor Dr. W. Wegner, die voor de rechtbank in deze zaak een uitvoerige verklaring als getuige-deskundige heeft afgelegd, krijgt er bij hem van langs: de professor heeft er hele en halve waarheden bij gesleept en iedereen die over het genetisch wit maar een zucht gelaten heeft, als vakdeskundige geciteerd en meer van dat fraais. 12)

Helaas is de tendens van deze reactie symptomatisch te noemen voor de manier van denken van bepaalde fokkers en helaas ook verenigingen binnen de Cat Fancy. De wetenschap kan bewijzen wat ze wil, maar als het bepaalde mensen niet past, dan volgt dit soort kortzichtige en domme reacties. En was men nu alleen maar bezig met het boetseren, tekenen of schilderen van katten, dan maakte het allemaal niets uit, maar er wordt gewerkt binnen deze hobby met levende dieren en dan past een grote mate van voorzichtigheid en dient het respect voor het dier, ongeacht met welk ras we te maken hebben, centraal te staan.

Toch gaan, in het bijzonder de laatste jaren, zoals gezegd, gelukkig steeds meer stemmen op om de wit x wit-kruisingen aan banden te leggen. Een poging om op de algemene ledenvergadering van de FIFe in 1994 (Praag) een geheel of gedeeltelijk verbod te bewerkstelligen, is toen gestrand. Het voorstel daartoe, ingediend door Mundikat, werd met 24 stemmen tegen en 4 stemmen voor verworpen. Bij de onafhankelijke verenigingen in Nederland heb ik deze geluiden, in tegenstelling tot bij sommige Duitse, nog niet mogen horen. Men wacht hier klaarblijkelijk liever af tot de overheid e.e.a. wettelijk gaat opleggen. De WCF daarentegen heeft al bij monde van haar voorzitter Anneliese Hackmann laten weten zo'n verbod volledig af te wijzen. Ursula Aust ten slotte denkt door het verzamelen van gegevens van de fokkers, over bij hen voorgekomen gevallen van doofheid onder witte Turkse Angora's, te kunnen bewijzen dat de wetenschap er op dit punt helemaal naast zit. Niet te controleren fokkerservaring prevaleert bij haar dus boven gecontroleerd wetenschappelijk onderzoek. Toch zijn er in Duitsland al enige organisaties die deze fok aan strenge banden hebben gelegd of zelfs helemaal verboden hebben. Zo, in weerwil van een totale afwijzing door de FIFe in 1994, bij de 1. DEKZV e.V. m.i.v. 1 juni 1995. Ook de overheid spreekt daar een woordje mee en is in een aantal deelstaten tot maatregelen overgegaan. In Hessen is werd per 1 januari 1995 de fok met witte katten met blauwe ogen of odd-eyed verboden en is het ook niet langer toegestaan staartloze (Manx)katten te fokken. 13) In weer andere Duitse deelstaten is de Sphinx taboe. In dat opzicht zijn onze Oosterburen ons ver vooruit!

De Turkse Angora is een natuurlijk ras en kent op die grond uitsluitend het scala van de natuurlijke kleuren te weten rood en zwart, de verdunningen daarvan: crème en blauw. Dit alles aangevuld en gevarieerd met de diverse tabby patronen, met meer of minder wit (niet te verwarren met het W-gen, het betreft hier het incidentele wit het S-gen!) en met zilver. Zo ontstaan vele tientallen schitterende kleuren en kleurcombinaties, met voor de fokker welhaast onbegrensde mogelijkheden. Voor sommige fokkers is dit nog niet genoeg en zo kan men incidenteel ook wel eens lilac, chocolate of met points gesierde Turkse Angora's tegenkomen. Dit kunnen dus per definitie geen echte of raszuivere Turkse Angora's zijn, aangezien deze kleuren aan de natuurlijke rassen volkomen vreemd zijn. Men verkrijgt deze kleuren onder meer door in te kruisen met Balinezen. Dit geeft naast de beoogde nieuwe kleuren natuurlijk ook een meer Siam-typering. Een ongewenste ontwikkeling die de oorspronkelijkheid van het ras - en zoveel oorspronkelijke rassen zijn er niet meer - meer schade dan goed doet. Gelukkig is het aantal fokkers dat zich hieraan nog steeds schuldig maakt in Europa vrij klein!

Noten

  1. Hendrickson, 1976
  2. Hélène den Ouden, 1988.
  3. Van Puffelen, 1994, pag. 7.
  4. Römer, 1995.
  5. Prose-Imbert, 1994, pag. 102
  6. Brief van mevrouw M. Hombitzer aan minister Blaul van Hessen, in Katzen-Echo, 1995,1, pag. 26.
  7. Hendrickson, 1976, pag. 13.
  8. Phil Den Ouden, 1993, pag. 5-6.
  9. Zie voor dit onderwerp ook: Kremer, 1990; Beck, 1994; Wegner, 1995 en Vestjens-Raadsveld, 1995.
  10. Kitty Goodwin aan Fanciers List (een discussiegroep op Internet)
    You may not understand this, and that is okay, it is nothing personal to me. However, I do want to give you the opportunity to think about why it is that people who do breed whites refuse to stop because of deafness. I think that until you do breed whites, and until you own and love a deaf cat, you cannot fully understand those of us who have and who do. You have stated that you never owned a white deaf cat. How can you be so sure of yourself in condemning those of us who do? [...]

    Well, life and experience with deaf cats changed my mind. In all of her litters, there was only one deaf kitten ever born, but more importantly, as I lived with her and learned more about her, her abilities, her adaptation to her silent world, her obvious pleasure in life and in her love of me, I gained a different view of the deaf cat. [...]
    I have never sold a deaf cat without full disclosure of the fact to the buyer, and I have never sold a deaf cat for breeding. I have bred two deaf queens. The first one gave me one deaf kitten, as you can see in the records I posted. The other has still not given me any deaf kittens at all! I have lived with several deaf cats since my beginning with my little deaf queen, and I have been pleasantly surprised by each one of them.
    So, my point is this. I was of the same general opinion as you when I started out with my first queen. I saw deafness as a tragedy and the deaf cat as having a "serious defect". Life and experience in the years between then and now have taught me a different attitude. The cats have taught me a different attitude.
    I still breed in ways that I have found will reduce or elimate the deaf kittens, and I have a very low incidence of them over all, although in my experience, this is not necessarily accomplished by eliminating all deaf cats from my breeding program. However, I do not regard it as a tragedy any more, when the occasional deaf kitten occurs. I handle these kittens differently and teach them a few lessons that my first queen taught me, and they go confidently into their pet homes which I have carefully selected and prepared for them, and enjoy their lives as cherished indoor companions. If this makes me a criminal in Mr Winter's eyes or makes me "casual" about deafness, then so be it. I believe it is less cruel to have a few happy deaf pets in this world than it is to reduce our gene pool to the point where we cannot keep the Turkish Angora healthy.
    The Turkish Angora is much more rare in the west than in europe. We have not allowed experimental outcrosses to other breeds. We are purist of an extremely minority breed. We need to keep our gene pool as wide and diverse as possible, which means that we cannot suffer the genetic damage of elimination of two thirds of our gene pool by the banning of all OEW and BEW TAs.
    In Europe, where there are experimental outcrosses to many other breeds, and where a class of 20 or 30 TAs may be seen in one show, the gene pool is widened by other means, and perhaps that is good for you. For myself, the more the TA is outcrossed to other breeds, the less it is a real TA, and I prefer to breed the occasional deaf cat, if it will widen my pedigree base and make my bloodline healthy. This is also based on Roy Robinson's teachings... so, you choose your way, and I will choose mine, and that is fine with me. It boils down to priorities.

    Your priority, and that of Mr Winter, is to eliminate all deaf cats. My priority is to keep the Turkish Angora pure and yet, to keep it healthy - free from defects like renal amyloidosis and cleft palate. In Europe, you can cross an Abby to a TA and call the kittens TAs with an exp tag on the registration. Who is to say that you have not introduced renal amyloidosis by doing this? You can use a Balinese with a TA and call the kittens TAs. This gets you new colors, such as lilac, chocolate, and pointed. What else will that bring in? Right now, the TA has the smallest incidence of genetic disease of almost any purebred cat. I think "hanky panky" with other breeds is dangerous, genetically, not to mention that the kittens are no longer pure TAs.
    It is also genetically dangerous in so small a breed, to eliminate too much of the gene pool. Over 2/3 of the TAs in the USA and Canada are white. So, which is the cruelest way... to introduce genetic problems from other breeds, or to cut our gene pool to the bone, or to breed a few deafs? I guess you have chosen one course and I have chosen the other. There are many europeans who agree with me, just as there are many who agree with you.

    In een latere E-mail zegt ze:
    I have over 7 years experience breeding white cats. I am perfectly aware of the choices I have made and make no excuses for them. As one who is trained in rudimentary genetics, I am also aware of the ways that have been tried to reduce the number of deaf cats resulting from white parents, and I also am aware of which of these methods works.
    In fact, you need to re-read my conclusions at the end of my post titled "Breeding deaf BEW - results" in which I state just exactly that. The queen who was deaf had only one deaf kitten, due in part to the fact that she was almost always bred to a color, while the hearing sister had a number of deaf kittens, due to the high number of white to white breedings that were done with her.

    By the way, I do not think the practice of breeding wry jaws or monorchids applies here, but thanks for letting me know that you think it does.
    The overall incidence of deafness in my total cattery over the last seven years is currently around 14%. Pretty low for a breeder who blatantly breeds her OEW stud frequently... and her BEW stud less often, and has bred two deaf queens.

    Perhaps Michael [Knubben Winter] has insidiously affected what you think of me. He keeps calling me 'the breeder who has many deaf kittens' and 'the breeder who has a casual attitude about this'. I never said that. I only said that I would do what I can to breed as few deaf as possible, but that I am not willing to part with the BEW, the OEW, and 2/3 of our gene pool, as I do not think eliminating the BEW and OEW will accomplish benefits that outweigh the damage this would do to our breed.
  11. Wegner, 1994 en Beck, 1994 doen uitgebreid verslag van deze geruchtmakende procedure .
  12. Den Ouden, 1994, pag. 183.
  13. Vgl. brief d.d. 14.11.1994 van minister Blaul (Hessisches Ministerium für Jugend, Familie und Gesundheit) aan alle organisatie op het gebied van de Cat Fancy in Hessen:
    Sehr geehrte Damen und Herren,
    als Verband vertreten Sie Züchterinnen und Züchter von Katzen und beeinflussen direkt oder indirekt auch die Zuchtausrichtung der betroffenen Tiere.
    Wie Sie sicher wissen, ist es nach § 11 b Tierschutzgesetz verboten, Wirbeltiere zu züchten, wenn der Züchter damit rechnen muß, daß bei der Nachzucht auf Grund vererbter Merkmale Körperteile oder Organe für den artgemäßen Gebrauch fehlen oder untauglich oder umgestaltet sind un hierdurch Schmerzen, Leiden oder Schäden auftreten. Der Vollzug des Tierschuitzgesetzes und damit die Konkreetisierung und Anwendung dieses Qualzuchtverbots obliegt den Bundesländern.
    Als die für Tierschutz in Hessen zuständige Staatsministerin sehe ich seit langem mit Sorge das Beharren auf problematischen Zuchtmerkmalen sowie die Entwicklung neuer Problemzüchtungen, sowohl in der Kleintierzucht als auch in der gewerblichen Zucht von Heimtieren. Obwohl Tierschutzgesetz und Qualzuchtverbot seit nunmehr 8 Jahren in Kraft sind, vermag ich nicht zu erkennen, daß die Tierschutzproblematiek von seiten der Züchterinnen und Züchter in befiredigender Weise aufgearbeitet und gelöst worden wäre. Angesichts der teilweise erheblichen Schmerzen, Leiden und Schäden, denen Tiere durch quälerische Zuchtmerkmale ausgesetz sind, halte ich diese Situation für nicht länger tragbar. Zur Umsetzung des geltenden Tierschutzrechts sehe ich mich gezwungen, nunmehr meinerseits wirksame Maßnahmen zum Schutz der Tiere vor Qualzuchten zu ergreifen.
    Soweit Ihr Verband betroffen is, mach ich sie daher mit diesem Schreiben darauf aufmerksam, daß in Hessen künftig folgende Züchtungen als Qualzucht im sinne des Tierschutzgesetzes anzusehen sind:
    Blauäugige oder odd-eyed Katzen mit dem Merkmal Fellfarbe "weiß" (wie z.B. blauäugige weiße Perserkazten)
    Katzen mit dem Merkmal "Schwanzlosigkeit" (wie z.B. Manx-Katzen).
    Ich bitte Sie, Ihre Mitglieder hierüber zu unterrichten und zum Verzicht auf entsprechende Züchtungen aufzufordern.
    Ich bin mir bewußt, daß dies möglicherweise einen beträchtligen Einschnitt in Ihr Verbands- und Vereinsleben bedeutet, der eine gewisse Zeit erfordert, in der Sie sich auf die vorgenommene Konkretisierung des Qualzuchtverbots einstellen und gegebenenfalls rüchäußern können. Ich werde die für den Vollzug des Tierschutzgesetzes zuständigen Staatlichen Ämter für Lebensmittelüberwachung, Tierschutz und Veterinärwesen anweisen, erst ab dem 1.1.1995 diese Verstöße gegen das Qualzuchtverbot zu ahnden, wobei insbesondere Ausstellungen dafür genutzt werden sollen, sie zu verfolgen.
    Ich bin mir sicher, daß auch Sie sich letztendlich der ethischen Verpflichtung, Tiere vor vermeidbaren Schmerzen, Leiden oder Schäden zu schützen, nicht verschließen und Verständnis dafür aufbringen werden, daß ich auch im Bereich der Tierschutz auf eine Umsetzung des geltende
    n Tierschutzrechts drängen muß.
    Mit freundlichen Grüßen,
    [w.g.] Blaul (Staatsministerin)
vorige hoofdstuk top volgende hoofstuk